Emigratie via Estland naar Zweeds Lapland (Deel 9)

sep 7, 2017 | EmigratieVerhalen

De dagen werden korter

Het gras vergeelde en de zon verdween uit ons leven. Een grijze massa schoof voor haar langs, ontnam haar het zicht op de aarde, installeerde zich boven ons en was niet van plan te vertrekken. Maandenlang werd ze van ons afgesloten, maar de koelte die kwam, was na de hete zomer welkom en we startten de training van de honden.
We sliepen weer in de blokhut, waar we ons door het hondengehuil vroeg in de ochtend lieten wekken, tegelijk met het verschijnen van een vage streep aan de horizon – een flard van het licht dat zich achter de structuurloze bewolking traag naar boven uitbreidde. De hoge en lage keelklanken van de honden trilden door de ruimte, drongen in het bos, lieten aan alles en iedereen in kilometers omtrek weten dat de dag was begonnen.
We ontbeten eerst. De honden hoorden iedere beweging die we maakten, elke kraak in de houten vloer, het dichtslaan van een keukenkast. En zodra we ons in de buurt van de deur begaven, begonnen ze te brullen.
Met zijn allen sprongen ze bij de kenneldeuren op en neer, stompten met hun poten tegen de hekken aan. Ze wisten wat er kwam: Eerst werden ze aangelijnd, dan kregen ze elk een liter water met een smaakje, daarna gingen we op pad. Ze konden niet wachten.

In het ongeduldige lawaai installeerde Stef een ATV zonder motorblok met een touw aan een boom. Aan een stang onder de bumper werden de lijnen voor de honden bevestigd met een karabiner. Een middenlijn en aan weerszijden trek- en neklijnen.
We spanden een team in. Acht woeste stieren, die vastberaden waren alles te geven dat ze in zich hadden. Met hun gedachten waren ze allang niet meer hier, maar dáár, ver weg in het bos op jacht naar wilde beesten. Hun adrenaline werkte aanstekelijk, tilde me op en maakte me lichter.
Ik klemde er één tussen mijn benen, moest met mijn knieën hard knijpen om hem op zijn plek te houden. Kronkelend probeerde hij zich los te maken. Ik trok hem het tuig aan en bij de ATV maakte ik er een treklijn aan vast en een neklijn aan zijn halsband.
Eens ze stonden waar ze moesten staan, schoof ik achter Stef op de zitting van de ATV en trok de starthaak los. We stoven vooruit. Een aangename tinteling migreerde door mijn lichaam. De kar denderde over de bevroren aarde naar een bocht van negentig graden en kantelde toen Stef ons achter de honden aan stuurde. Op twee wielen zoefden we erdoor.
De eerste kilometers galoppeerden ze. Toen kregen ze het warm en gingen over in een snelle draf.
Eens we weer thuis waren bungelden hun tong donkerrood van het bloed in de huid uit hun bek. Het kwijl droop langs de lap en drupte op de grond. Hun lippen waren nat en schuimende spetters waren tijdens het rennen tot op hun rug gespat. Hijgend hapten ze water uit een emmer, lieten zich uitspannen en nu hun honger naar rennen was bevredigd, gingen ze gewillig mee naar de kennels terug.

Het tweede team was net zo ongeduldig. Ik had het warm toen we klaar waren. Genietend van wat komen ging tilde ik mijn been over de zitting. Stef knikte en ik trok de starthaak los.
We stoven over de weg. De wielen bonkten tegen oneffenheden in de aarde, die hard was als beton.
De honden sneden de bocht af. Door het oude gras in de berm namen ze de kortste weg rakelings langs een boom. De kar kantelde op twee wielen, kapseisde door en we vielen op de grond.
Het team sleepte de ATV met zich mee, maar kwam ten slotte tot stilstand. Verontwaardigd keken de honden achterom, zich afvragend waar al die weerstand ineens vandaan kwam, waar die voor nodig was. We sjorden de ATV overeind en handelden snel, want de honden vertrokken alweer.

De wind streelde mijn gezicht, terwijl we langs de bomen suisden. Het bos was van ons. Elk paadje dat we namen, iedere richting die we uitgingen, nergens kwamen we iemand tegen. Als vanzelf breidde ons territoriumgevoel zich verder uit door het gebied, terwijl de zachte zitting onder mij verend alle hobbels opving. Langs Stefs schouder keek ik naar hoe de honden hun achterpoten hoog in de lucht gooiden. Dan trokken ze hun poten met kracht naar voren onder hun lichaam en zetten zich af voor de volgende sprong. Ze strekten zich weer helemaal uit, stootten hun borst in de richting die we gingen, tot ze het warm kregen, snelheid minderden en ze in draf zachtjes heen en weer wiegden.

Thuis lieten we ze drinken en spanden ze uit.
In de blokhut aten we brood, dronken thee en liepen naar buiten voor het derde team. We spanden ze in en gingen snel zitten. De honden sprongen brullend op en neer, rukten aan de lijnen. De ATV schokte en beefde. Het moest nu gebeuren. Ze waren er allemaal klaar voor. Niemand was van plan om nog ergens op te wachten.
Ik trok de starthaak los en we stoven weg. Met een hand schikte ik mijn muts en reikte naar de stang achter mij voor de naderende bocht toen een schok door me heen ging.
De kar kwam omhoog. Ik smakte tegen de grond. Mijn hoofd bonkte op de harde aarde. Mijn benen zaten nog rond de kar gevouwen. Het ding trok me omhoog en weer beukte ik met mijn hoofd tegen de grond, toen ik daar binnen iets voelde scheuren.

Auteur: Esther Quatfass

Deel 1 – Hoe ben ik hier verzeild geraakt?

Deel 2 – Sommige dingen zijn meteen een: Ja

Deel 3 – Ik zag het volledig zitten

Deel 4 – Alles was anders en toch ook hetzelfde

Deel 5 – Het begrip gereserveerdheid kreeg een nieuwe dimensie

Deel 6 – De buurt was nieuwsgierig

Deel 7 – De dood was rauw en ongesluierd

Deel 8 – We deden wat we wilde

Deel 9 – De dagen werden korter

Deel 10 – Ik hoopte op vriendschap